[siteorigin_widget class=”SiteOrigin_Widget_Headline_Widget”][/siteorigin_widget]

Dit zijn gevleugelde uitspraken van Julia. Uit Shakespeare’s beroemde liefdesverhaal ‘Romeo en Julia’ (die hij overigens niet zelf bedacht heeft, gevalletje beter goed gejat dan slecht verzonnen en overigens wel op briljante wijze herverteld, maar dit terzijde). Dit is tekst van Julia en het gaat uiteraard over Romeo, op wie zij hals-over-kop verliefd is geworden, terwijl hij een van de Montague’s is. De aartsrivalen van haar familie Capulet. Julia maakt dit niet uit, ze houdt toch wel van hem, om wie hij is en niet om zijn naam. Shakespeare had hier wel een punt. Zelfs nu nog… luttele eeuwen verder…. vinden wij het als maatschappij erg nuttig om overal een naam, een etiket op te plakken. Het hokjesdenken viert hoogtij. In de loop van je leven verzamel je een hoop van die etiketjes. Zo ben je bijvoorbeeld vrouw, brunette (ok, met een paaaar grijze haren maar, ssst niet verder vertellen), moeder, dochter, werknemer, collega, partner, vriendin, dochter, flamenchica, boekenwurm, ADHD-er, buurvrouw, blogger, keukenprinses, Nederlander en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het gevaar van deze etiketten is dat je je ermee gaat identificeren. Dat het een rol is die je aanneemt en elk etiket een nieuwe bal die je hoog moet houden. En dat je dat nog zelf gelooft ook.

Als dat waar zou zijn, als je bent wat op het etiket staat, zou je dan een fundamenteel ander mens zijn als je etiketten anders zijn? Als je bijvoorbeeld geen moeder bent. Of een Italiaan in plaats van Nederlander. Of single. Of blond. Is dat zo?

Natuurlijk kun je sommige etiketten zelf veranderen. Van bovenstaand rijtje is dan bijvoorbeeld mijn haarkleur het meest aan verandering onderhevig. Momenteel weer even geen grijze haar te bekennen! Maar ik ben nu eenmaal moeder en dat blijf ik ook m’n leven lang, toch? Ja, dat is inderdaad zo. Maar wat als ik me nou echt zou identificeren met deze rol, als het ‘zijn’ van moeder mijn identiteit is. Wat gebeurt er dan als de kinderen straks (nou ja straks, dat duurt nog wel een decennium. Of misschien wel twee!) het huis uit zijn en mij niet meer zo heel erg nodig hebben. Wat dan? Hou ik dan op met bestaan? Of als mijn relatie stopt, stop ik dan ook? 

Wij willen alles nauwkeurig beschrijven en categoriseren en indelen in nog weer meer subcategorieën. Het doel hiervan is om de wereld om ons heen (en ook het universum waar onze wereld deel van uit maakt) te kunnen begrijpen. Schieten we hiermee ons doel niet ver voorbij? Zijn begrijpen en proberen te duiden niet juist zaken die ons verder weg brengen van de waarheid dan het simpelweg observeren? Is het daadwerkelijk nodig om een roos te begrijpen, of onder honderden, misschien wel duizenden, subnamen te kennen of er allerhande symboliek aan toe te kennen? Het ‘zijn’ van de roos is nog steeds hetzelfde. Het maakt de roos niets uit wat wij ervan vinden. De roos is wat het is en meer niet. Heeft het hokjesdenken nog wel bestaansrecht?

“Maar een roos heeft toch helemaal geen bewustzijn, dus is het geen goede vergelijking.” Zegt mijn hoofd nu, die probeert altijd het slimste meisje uit de klas te zijn. Irritant… Maar ok, uitdaging aanvaard… Inderdaad heeft een roos geen bewustzijn volgens de gangbare definitie. Maar: als de roos geen bewustzijn heeft, hoe ‘weet’ het dan hoe het moet groeien en wanneer het moet bloeien. Hoe ‘weten’ wij mensen dat, hoe onze celdeling gaat, hoe onze voedselvertering gaat, hoe wij van ei- en zaadcel uitgroeien tot volwassen mensen en uiteindelijk ook weer aftakelen. Dat gebeurt niet met wat wij ons bewustzijn noemen. Wij sturen deze processen niet met onze gedachten aan.

Wat er in ons lichaam aan processen plaatsvinden noemen wij onbewustzijn, of onderbewustzijn. Wat nu als we deze termen precies verkeerd om gebruiken. Wat nu als bewustzijn precies die staat is waarin alles gaat zoals het moet gaan en alles goed is zoals het is. En onbewustzijn de staat is van alles willen duiden wat niet te duiden valt (wat wij niet weten, omdat we ons daarvan niet bewust zijn, dus onbewust).

Als kind al vroeg ik mij af hoe het kan dat er op de wereld ongeveer net zoveel meisjes als jongens geboren worden. Hoe dan? Wie regelt dat dan? Zelf ben ik niet gelovig opgevoed, dus het voor wel-gelovigen voor de hand liggende antwoord was dat voor mij niet. En dus bleef deze vraag onbeantwoord, maar nog wel ergens op de achtergrond knagend. Is er dan een groter, universeel, bewustzijn dat al deze zaken regelt? Dat wat wij ‘Natuur’ of ‘Moeder Aarde’ noemen? Betekent dat dan niet dat wij allemaal met elkaar verbonden zijn. Dat er helemaal niet zoiets bestaat als een ik en een jij. Dat dat slechts termen zijn die ons hoofd heeft bedacht om ‘het’ te duiden, in hokjes te kunnen plaatsen, af te bakenen. Hier hou jij op en begin ik.

Als er een jij en ik zijn, dan zijn wij dus verschillend en kan ik beter zijn dan jij, of andersom. En dan is mijn waarheid meer waar dan jouw waarheid en ben ik bereid daarvoor te vechten en te doden zelfs, want als jij niet bent zoals ik ben of denk, dan ben je minder waard en dus is het niet erg dat je sterft. Want het doel ‘mijn waarheid overwint’ heiligt dan alle middelen. Kijk maar eens naar het journaal of sla een krant open.

Is dit dan het lot van de denkende mens, de Homo sapiens sapiens (dat is officieel de ondersoort waar we onszelf onder geschaard hebben, het etiket dat we ons zelf hebben opgeplakt)? Dat, doordat wij kunnen denken en categoriseren en elkaar daardoor uitsluiten, wij onze eigen ondergang worden? Mij lijkt het stug dat de universele intelligentie, die de rozen zo mooi laat bloeien en baby’s laat lachen en lammetjes laat dartelen door de wei, dat diezelfde intelligentie de evolutie van ons als mens heeft laten mislukken. Buiten beschouwing gelaten dat wij als mens ons persoonlijk vaak ‘mislukt’ voelen, op welk vlak dan ook.

"There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy"

Zoals ik al zei aan het begin van dit stuk: Shakespeare was lang niet gek. Ook met deze quote, van Hamlet tegen Horatio slaat hij de spijker op z’n kop. De ‘philosophy’ slaat hier op de neiging van de mens alles maar te willen verklaren. Alles te willen rationaliseren.

Ik eindig ook met een shakespearian quote. Food for thought!

[siteorigin_widget class=”SiteOrigin_Widget_Headline_Widget”][/siteorigin_widget]