Naast bodyshaming is er een new kid in town: neuroshaming. Wat is dat? Neuroshaming is iemand afrekenen op hoe zijn of haar brein werkt. En dan vooral: hoe het afwijkt van het gemiddelde. In dit artikel gaat het vooral over ADHD. En dan specifiek ADHD op de werkvloer.

De aanleiding van dit artikel is een schrijnend bericht dat ik van de week hoorde. Een medewerker die na 12 jaar trouwe dienst wordt afgeschreven omdat ze weigert aan de ADHD medicatie te gaan.

Say what? Ja. Echt.

En uiteraard is dit niet de officiële omschrijving, want dat mag niet, dat voel je op je klompen aan. De officiële lezing is ‘op grond van een verstoorde werkrelatie’. Daar kun je van alles onder schuiven. En daarmee kom je dus ook weg met discriminatie. Of op z’n minst met neuroshaming.

In dit specifieke geval zijn de grootste problemen ontstaan bij het wisselen van bedrijfsleider.

Bodyshaming vs neuroshaming

Bodyshaming vinden we inmiddels met z’n allen politiek incorrect. Gezien de meer dan volle laag die Olcay kreeg naar aanleiding van haar opmerkingen over plussize sportkleding in RTL Boulevard een paar maanden geleden.

Neuroshaming daarentegen is veel minder bekend, helaas wil onbekend niet zeggen dat het niet gebeurt. Waar het bij bodyshaming het zichtbare betreft, gaat het bij neuroshaming meer om de onzichtbare afwijkingen. Bij beiden gaat het om afwijkingen van het gemiddelde.

Bodyshaming kan leiden tot grote deuken in zelfvertrouwen en emotionele schade door bijvoorbeeld pesten. Dat is bij neuroshaming niet anders. Elke afwijking van het gemiddelde lijkt in de huidige maatschappij te worden afgestraft als ‘niet goed genoeg’.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

In hoeverre is ADHD een afwijking van het gemiddelde? Laat het me uitleggen. Te beginnen met wat ADHD nu eigenlijk is.

Wat is ADHD?

De exacte oorzaak van ADHD is (nog) niet helemaal bekend, het zit in het DNA, zover is nu wel duidelijk en het heeft ‘iets’ te maken met de dopamine receptoren in ons brein. Waardoor er van nature minder dopamine en noradrenaline beschikbaar is in de prefrontale cortex. In dit stukje van ons brein, recht achter ons voorhoofd, zitten de executieve functies.

Dit zijn functies als plannen en structureren, tijdmanagement, emotiecontrole, impulsbeheersing en taakinitiatie. Dopamine en noradrenaline zijn neurotransmitters, minder beschikbaar betekent minder goede werking van deze functies. Nodeloos te zeggen dat de meeste ADHD kenmerken hierdoor veroorzaakt worden.

Een ADHD brein werkt echt op een andere manier. Het werkt wél.

Problemen op werkgebied

Hiervandaan is het een kleine stap naar de problemen die de mindere werking van de executieve functies kunnen opleveren op het werk. Want dat die er zijn, ontkent niemand.

Niemand zit tenslotte te wachten op een werknemer die altijd te laat is, een kort lontje heeft en zijn of haar zaakjes niet op orde heeft. Helemaal logisch. En dat is uiteraard iets waar je iemand op aan kunt en mag spreken.

Het sleutelwoord is hier wel de problemen die een mindere werking van de executieve functies kunnen opleveren. Het is helemaal niet gezegd dat dat altijd zo hoeft te zijn. Iemand met ADHD kan prima functioneren, mits er aan een aantal randvoorwaarden voldaan wordt.

En als er wel problemen zijn met de ADHD medewerker is het helemaal niet gezegd dat deze verdwijnen door het gebruiken van medicatie.

Daarvoor moeten we eerst weten wat ADHD medicatie eigenlijk doet. En vooropstellen dat door het slikken van medicatie ADHD niet overgaat, de symptomen worden alleen tijdelijk onderdrukt. Op het moment dat de medicatie is uitgewerkt, komen de symptomen terug.

ADHD medicatie, dopamine en hyperfocus

ADHD medicatie, zoals het bekende Ritalin, zorgt ervoor dat er meer dopamine beschikbaar blijft, waardoor deze functies beter werken. Klinkt als een pasklare oplossing.

Kun je dan als werkgever of leidinggevende eisen dat je medewerker met ADHD medicatie slikt, zodat de werkzaamheden beter verricht kunnen worden?

Nee. Ik vind van niet. En wel hierom:

  1. De keuze voor wel of geen medicatie in welke vorm dan ook mag nooit van buitenaf opgelegd worden. Niet door een partner, werkgever, leidinggevende, arts, psychiater, leerkracht. Hooguit door een ouder, in het geval van minderjarigheid.
  2. ADHD medicatie kan een hoop bijwerkingen geven, die van persoon tot persoon verschillen. Zoals bijvoorbeeld een hoge bloeddruk. Daarom alleen al kan het nooit door een niet-arts gesuggereerd worden en zijn er altijd meerdere factoren die meespelen, waar een werkgever/leidinggevende niets, maar dan ook niets mee te maken heeft.
  3. Bij ADHD heb je van nature minder dopamine beschikbaar in de prefrontale cortex. Dat wil niet zeggen dat je er niet zelf voor kan zorgen dat je er meer van hebt. Ook zonder medicatie. Want, geheel tegenstrijdig met alle lijstjes van ADHD kenmerken, bij ADHD-ers bestaat er ook nog zoiets als hyperfocus. En dat zijn eigenlijk alle ADHD kenmerken, maar dan 180 graden omgedraaid.

Hyperfocus

Bij hyperfocus is er meer dan genoeg dopamine en noradrenaline beschikbaar, waardoor werkzaamheden in een ultieme staat van flow gedaan worden. Alles klopt, alles werkt, zonder afleidingen en met laserfocus.

the matrix
The Matrix

Een beetje zoals Neo uit “The Matrix” films. Die opperste staat van paraatheid als hij de kogels weet te ontwijken. Dat is hyperfocus. Als je die films niet kent: kijken! Sowieso een aanrader, dit terzijde.

Voordelen van hyperfocus

Hyperfocus kan op het werk hele grote voordelen opleveren. Er zit hier natuurlijk wél een addertje onder het gras. Want die hyperfocus kun je niet naar believen aan- en uitzetten. Hyperfocus ontstaat alleen als je iets doet wat je heel erg leuk vindt en/of wat heel veel spanning oplevert (bijvoorbeeld als het heel druk is, want adrenaline is óók een neurotransmitter).

Hoe fijn is het om een werknemer te hebben die in tijden van drukte in staat is om de rust en focus te bewaren en gewoon te doen wat er gedaan moet worden, zonder gestress. Dit is de andere kant van ADHD, die vaak onderbelicht blijft.

Onbegrip

Helaas werkt deze tegenstelling ook vaak onbegrip in de hand. Want als je het wel kan als het druk is, of als je het leuk vindt, waarom kun je het dan niet altijd? Daar zit ‘m de crux. Dat is moeilijk te begrijpen als je geen ADHD hebt. Want we moeten allemaal wel eens dingen doen die we niet leuk vinden tenslotte. En dat is natuurlijk helemaal waar.

Dus dan maar aan de medicatie om de scherpe randjes eraf te halen? Dat kan natuurlijk altijd. Mits het de beslissing van de persoon/werknemer zelf is. Een werkgever of leidinggevende kan dit nooit en te nimmer eisen, of zelfs maar voorstellen.

Taak van werkgever of leidinggevende

In plaats daarvan is het de taak van een leidinggevende, of werkgever om de randvoorwaarden te scheppen zodat een werknemer goed kan functioneren. Ongeacht of er wel of niet sprake is van ADHD.

Want ook een werknemer met ADHD kan prima functioneren, alleen soms op een iets andere manier dan hun neurotypische collega’s (diegenen zonder ADHD).

Geen voorkeursbehandeling

Voor de goede orde heb ik het hier niet over een voorkeursbehandeling waarbij alles maar met de mantel der liefde bedekt moet worden om de lieve vrede te bewaren. Zeker niet. Het loont wel om soms even wat verder te kijken en in te zien dat niet iedereen op dezelfde manier functioneert. En dat dat prima is. In plaats van af te serveren en onder het tapijt te vegen.

Wat dan nu?

In het geval van bovengenoemde werkneemster is het kwaad al geschied. De werkrelatie is nu inderdaad zo verstoord dat een andere oplossing dan afscheid nemen na 12 jaar dienst eigenlijk niet meer mogelijk is.

Dat is jammer en dikke vette pech en oneerlijk en nog heel veel meer. Bovenal is het onnodig. Laat het in ieder geval een voorbeeld zijn van hoe het niet moet.

Conclusie

Van dit voorbeeld kunnen we met z’n allen leren. Niet alleen werkgevers en leidinggevenden, ook werknemers met en zonder ADHD (ik vermoed dat werknemers met een autisme spectrum stoornis tegen dezelfde vooroordelen aanlopen)

Werkgevers en leidinggevenden hebben een faciliterende rol in het op een goede manier laten functioneren van hun werknemers. Welke achtergrond dan ook, ADHD, ASS, neurotypisch, het moet niet uitmaken.

Werknemers (met of zonder diagnose van welke soort dan ook) hebben de verantwoordelijkheid om aan te geven op welke manier zij het beste functioneren. Zodat de werkgever en directe leidinggevende dat kan faciliteren. Win-win.

In dit artikel geef ik een voorbeeld hoe het een volwassen vrouw is vergaan. Er zijn veel meer van dit soort verhalen. Niet alleen bij volwassenen. Ook bij kinderen in het basisonderwijs. Kort door de bocht is het advies aan ouders: “Aan de medicatie, anders moet het kind van school”. Nee, mag niet. Ja, gebeurt wel.

We mogen als maatschappij ook best deze discussie aanzwengelen. Voors en tegens horen. Het bespreekbaar maken. In plaats van neuroshaming. Op dit moment gebeurt het nog te vaak dat een ADHD diagnose op de werkvloer verzwegen wordt, wegens dit soort voorbeelden. Eeuwig zonde. Ik denk dat dit een typisch voorbeeld is van ‘onbekend maakt onbemind’. Als er meer kennis komt over ADHD (en dat verlangt ook openheid van de ADHD werknemer), is neuroshaming niet meer nodig.

In ieder geval blijf ik me er sterk voor maken dat er een einde komt aan neuroshaming in welke vorm dan ook.